PENSIOEN

Pensioen.


Pensioen, financieel overzicht.
Uw inkomen na uw pensionering bestaat in het gunstigste geval uit drie delen: AOW, werknemerspensioen en het zogenaamde derde pijlerpensioen. Iedereen die tussen zijn 15e en de pensioenleeftijd in Nederland woont of heeft gewoond, komt in aanmerking voor AOW. Daarnaast bouwen de meeste mensen in loondienst pensioen op via de pensioenregeling van hun werk.

Door middel van banksparen of een lijfrente kunt u pensioen opbouwen in de derde pijler. Veel ondernemers maken gebruik van deze mogelijkheid.

Heeft u straks genoeg pensioen?

Alle nieuwe regelgeving rondom de verhoging van de AOW-leeftijd heeft de toch al ingewikkelde pensioenproblematiek er niet eenvoudiger op gemaakt. Want hoe weet u nu of u na uw pensionering voldoende inkomen heeft om het leven te leven zoals u dat wilt? En wat kunt u doen als dit niet het geval blijkt te zijn?

Ik kan u helpen. Niet alleen door uit te rekenen hoe hoog uw inkomen wordt op basis van uw pensioenregeling, uw AOW en uw vermogenspositie, maar ook door oplossingen aan te reiken die het beste passen bij uw situatie.

Pensioen en vermogen: Bent u straks rijker dan u denkt?

Wanneer er wordt gesproken over vermogen, denken de meeste mensen aan dikke bankrekeningen en aandelen- of effectenportefeuilles. Maar er zijn ook andere belangrijke onderdelen die uw vermogen bepalen. Wat dacht u bijvoorbeeld van uw huis? Zeker als u straks met pensioen gaat, is het interessant hoe u dit vermogen in steen kunt gebruiken voor uw financiële behoeften, bijvoorbeeld als aanvulling op uw AOW en pensioen.

Het hebben van een eigen woning is altijd een vorm van vermogensopbouw, nu, straks en als u met pensioen bent. Ondanks de dip in de huizenmarkt zullen huizen gedurende de looptijd van de hypotheek meer waard worden.

U kunt voor de aflossing van uw lening kiezen voor verschillende hypotheekvormen, zoals bijvoorbeeld een spaar-, leven-, annuïteiten- of lineaire hypotheek. Of u kiest voor banksparen om -een deel van- uw hypotheek af te lossen. Als u aflost op het moment dat u met pensioen gaat, worden uw maandlasten namelijk lager en stijgt uw besteedbare inkomen. Houd er wel rekening mee dat de regels voor de hypotheekrenteaftrek zijn veranderd voor hypotheken die na 2012 zijn afgesloten.

Andere manieren om vermogen op te bouwen voor uw pensioen.

Als u directeur-grootaandeelhouder van een BV bent, kunt u privé vermogen opbouwen door dividend uit te keren. Het geld dat hiermee beschikbaar komt, kunt u op een spaarrekening zetten als appeltje voor de dorst voor uw pensioen of gebruiken om mee te beleggen. Maar ook uw bedrijf zelf is een vermogenscomponent in de zin van de stille reserve die de zakelijke goodwill kan vormen.

U kunt er natuurlijk ook voor kiezen om extra vermogen voor uw pensioen op te bouwen in Box 3, door te sparen of door middel van een kapitaalverzekering. Overigens is ook pensioen dat u via een pensioenregeling opbouwt feitelijk vermogen voor later. En als deze regeling ook in een nabestaandenpensioen voorziet, is dit vermogen ook -deels- uw partners vermogen mocht u eerder komen te overlijden.

Andere baan: Pensioenoverdracht of niet?

Wie van baan verandert en bij zijn nieuwe werkgever een andere pensioenregeling krijgt, kan voor een pensioenoverdracht kiezen. Binnen zes maanden na de overstap zijn pensioenuitvoerders verplicht om uw verzoek hiertoe te honoreren. Afhankelijk van de coulance van uw pensioenfonds hebt u zelfs nog meer tijd om dit besluit te nemen.

Of het voor u aantrekkelijk is gebruik te maken van het recht op pensioenoverdracht, is afhankelijk van veel factoren. Vindt u het prettig om uw complete pensioenopbouw in één oogopslag te kunnen raadplegen? Dan kan pensioenoverdracht een uitkomst zijn. Maar besef u dat ook de website Mijn pensioenoverzicht deze mogelijkheid biedt.

Pensioenoverdracht voor de beste resultaten.

In de meeste gevallen zult u echter kiezen voor die mogelijkheid waarvan u de beste resultaten verwacht, danwel de variant waarbij u zelf maximale invloed kunt uitoefenen. Pensioenoverdracht kan een prettige mogelijkheid zijn als uw voorkeur bijvoorbeeld ligt bij een vorm op basis van premieovereenkomst en uw vorige regeling een uitkeringsovereenkomst kende. Of andersom.

Meer informatie over de verschillen tussen de uitkeringsovereenkomst en de premieovereenkomst vindt u hier.

Altijd overdrachtswaarde opvragen.

Als u van baan verandert en nog niet weet of u gebruik wilt maken van uw recht op pensioenoverdracht is het altijd verstandig om de overdrachtswaarde op te vragen bij uw oude pensioenfonds. Dit kunt u geheel vrijblijvend doen.

Het vergelijken van pensioenregelingen is niet eenvoudig. Zo speelt naast de vorm ook de vraag mee wat het indexatiebeleid van uw oude en nieuwe pensioenregeling is. Onderzoek daarom samen met eengecertificeerd financieel planner met het FFP-keurmerk wat de best optie is voor u: de pensioenopbouw behouden binnen de oude regeling of kiezen voor pensioenoverdracht en de waarde onderbrengen in uw nieuwe pensioen.

Partnerpensioen: Pensioengeld voor uw nabestaanden.

Als u deelneemt aan een pensioenregeling, hebt u vrijwel altijd ook de mogelijkheid om ook voor partnerpensioen te sparen. Partnerpensioen wordt ook wel nabestaandenpensioen genoemd en zorgt er voor dat uw partner de rechten van u verkrijgt als u komt te overlijden. Wel zijn er eisen gesteld aan deze regeling, die u bij uw pensioenfonds kunt navragen.

Net als regulier pensioen kent ook partnerpensioen twee vormen: het partnerpensioen op basis van uitkeringsovereenkomst en de variant op basis van premieovereenkomst. De keuze hiervan wordt bepaald door uw werkgever. In de praktijk keert de eerste een maandelijkse som uit en moet uw partner met de andere vorm zelf een pensioenuitkering kopen.

Het partnerpensioen bedraagt doorgaans 70% van het reguliere pensioen. Als u van baan verandert kan een partnerpensioen op basis van premieovereenkomst duurder uitvallen dan bij u eerdere werkgever. Dit komt met name omdat u inmiddels wat ouder bent geworden en het voor de nieuwe pensioenverzekeraar dus duurder is om het partnerpensioen te verzekeren.

ANW EN wezenpensioen.

Naast het partnerpensioen kan de nabestaande in sommige gevallen in aanmerking komen voor een nabestaandenpensioen van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Binnen de regeling van deze wet valt sinds 1 juli 2013 niet langer de halfwezenuitkering, een vast bedrag per maand dat u ontvangt als u onder andere één of meerdere kinderen onder de 18 jaar verzorgt.

Naast het nabestaandenpartnerpensioen is dikwijls ook een wezenpensioen opgenomen in een pensioenregeling. De hoogte hiervan verschilt per pensioenregeling. Het wezenpensioen wordt uitgekeerd totdat het kind 18 of 21 jaar is. In sommige gevallen is deze regeling uit te breiden tot 27 jaar, bijvoorbeeld in het geval van studerende kinderen. Overlijden beide ouders, dan verdubbelt in veel gevallen het bedrag dat aan de kinderen wordt uitgekeerd.

Partnerpensioen en uw langetermijnplanning.

Partnerpensioen vraagt evenals het pensioen zelf bij uitstek om een langetermijnplanning. Ook de beslissing of u overlijdensrisicoverzekeringen moet afsluiten op elkaars leven, kan afhankelijk zijn van de vraag of u een partnerpensioen heeft of niet.

ZZP pensioen voor eenmanszaak of VOF.

Sinds 2015 kunnen ook zzp’ers collectief sparen voor hun pensioen. Stichting ZZP Nederland, FNV Zelfstandigen, PZO-ZZP en Zelfstandigen Bouw werken voor dit zzp-pensioen samen met APG, de grootste Nederlandse pensioenuitvoerder.

Het is de bedoeling dat het ZZP pensioen een vrijwillige regeling wordt. ZZP’ers mogen dus zelf beslissen of ze er wel of geen gebruik van willen maken. Ook mogen ze zelf bepalen hoeveel geld ze willen inleggen in het collectieve ZZP pensioen.

Om ervoor te zorgen dat u straks over pensioen beschikt, zijn er ook andere mogelijkheden. Ook nu kunt u al met fiscaal voordeel sparen voor uw ZZP pensioen. Zo kunt u met de (fiscale) oudedagsreserve geld reserveren voor later.

ZZP pensioen en oudedagsreserve mogelijkheden en risico’s.

Met de oudedagsreserve mocht u in beginsel elk jaar een percentage van maximaal 12% van uw winst aftrekken tot een maximum van € 9.542 (2013). Door de verhoging van de AOW-leeftijd daalt dit percentage sinds 2014. Momenteel mag de groei van uw oudedagsreserve per kalenderjaar 9,8% van de winst bedragen met een maximum van € 8.774 (2016). Heeft u ook pensioenpremie betaald? Dan moet u deze eerst aftrekken van de winst.

Het geld dat u op deze manier vrijstelt, is bedoeld als inleg in uw ZZP pensioen. U betaalt er nu geen belasting over. Maar het bedrag dat u aftrekt binnen de oudedagsreserve hoeft u niet echt in te leggen in uw ZZP pensioen. Het kan om een ‘papieren storting’ gaan.

Dit is meteen het risico van een ZZP pensioen: bij het beëindigen van de onderneming of wanneer u als ZZP met pensioen gaat, moet u het totale bedrag dat u heeft afgeschreven naar de oudedagsreserve gebruiken om een lijfrente te kopen, waarvan de uitkering wordt belast in Box 1. Maar dan moet u natuurlijk wel over voldoende liquiditeit beschikken. En of u nu geld heeft of niet, ooit zult u de fiscus moeten betalen!

ZZP pensioen: Ingewikkelde materie.

Naast de oudedagsreserve kunt u ook gebruik maken van een lijfrente voor uw ZZP pensioen. Deze lijfrente kunt u bij een verzekeraar of bij een bank afsluiten. De inleg is fiscaal aftrekbaar als u met een berekening kunt aantonen dat er jaarruimte is. Van die jaarruimte worden wel eerst nog eventuele pensioenpremies en reserveringen voor de oudedagsreserve afgetrokken. U kunt dus niet zonder meer gebruik maken van meerdere varianten.

Welke pensioenvorm u moet kiezen afhankelijk is van uw situatie en doelstellingen. Voor een optimaal ZZP pensioen is goede planning een vereiste. Ik zet graag alles voor u op een rij. Hierdoor kunt een weloverwogen beslissing maken op welke wijze u een ZZP pensioen gaat opbouwen.